DE FILM STADRAND LOST & FOUND
De zomer dat ik net afgestudeerd was aan de Filmacademie (in 1972) kon ik montage-assistente worden bij de film Turks Fruit. Jan Bosdriesz monteerde de film, in een houten barak achter de Cinetone Studio's aan de Duivendrechtse Kade. Daar valt veel over te vertellen, maar dat ga ik nu niet doen. Dat is een ander verhaal. Maar in ieder geval fietste ik 6 dagen per week langs Maschmeijer Aromatics, de Blooker cacaofabriek, de Atlas Drop Fabriek en de behangselfabriek van Rath & Doodeheefver naar het hok waar de 35 mm Steenbeck montagetafel stond. Achter Rath & Doodeheefver, een imposant bakstenen gebouw uit 1933, lagen nog weilanden met slootjes. En daar stond een oud huisje waar een oud echtpaar een groententuin had en ganzen hield.

het echtpaar dat in het huisje bij de Duivendrechtse Kade woonde, de baasjes van het hondje Sjerrie
In het laatste jaar van de academie had ik een film mogen maken: Groeten uit Zonnemaire. Een film die zich afspeelde in mijn geboortedorp. Dat was niet gemakkelijk geweest. Ik was niet goed op het gevecht voorbereid. Waarschijnlijk was ik niet zo geschikt om filmmaker te worden, dacht ik na afloop.
Op een avond beschreef ik Peter Jansen (die zich Jasnaï noemde en nog op de academie zat) mijn dagelijkse tocht naar de stadrand. Hoe mooi dat was, die resten van een andere tijd, die ambiguïteit van het landschap. Hij kende een man die eieren verkocht op markt en die bij de Hemwegcentrale in een woonwagen woonde. Ook stadrand dus. We zouden daar filmpjes over kunnen maken.
Dat deden we. Pieter de Vos deed camera. We maakten twee no budget films, aan elkaar geplakt als een tweeluik met de titel Stadrand. Alles hadden we geleend, gekregen of geritseld. Ik deed de regie van het filmpje dat we Sjerrie noemden, naar het hondje van het echtpaar dat in het kleine huisje woonde. En Peter regisseerde het deel over Sjors, de kippenboer. Het verbazingwekkende was dat het ongelooflijk leuk was om de films te maken. De opnames, de montage, zo met z'n drieën op stap: ik vond het geweldig. Er hoefde niet gevochten te worden. Alles ging vanzelf goed.
De
filmpjes werden zo aardig dat Huub Bals van Film International ze
wilde distribueren. Ze hadden een bescheiden roulement in
filmhuizen. Maar ooit was er een brand in de filmopslag van Film
International in Rotterdam, en ik wist niet beter of Stadrand was
verloren gegaan. Het enige wat ik nog had was het fotootje
hierboven, gemaakt van een 16 mm filmbeeldje. (Het fotootje
bevindt zich in kast A van mijn archief).
Tot ik in oktober 2007 een mailtje kreeg:
Beste
mevrouw Sinke,
Op uw site zag ik dat u STADRAND beschouwt als verloren gegaan
bij brand. Als vrijwilliger bij het Filmmuseum kwam ik deze film
echter onlangs tegen bij het viewen van een aantal korte
films uit de Filmmuseumcollectie. De kopie verkeert in redelijke
staat.
Aanstaande donderdag zullen vanaf 10.00 uur 's ochtends een
aantal films waaronder STADRAND worden vertoond tijdens een
interne viewing voor Filmmuseumpersoneel. Onderzoeker Rommy
Albers zal het projectvoorstel waarbinnen deze film valt,
'Nederlandse korte film 1958 - 1975', kort toelichten.
Ik wil u van harte uitnodigen om hierbij aanwezig te zijn in het
Filmmuseumpaviljoen in het Vondelpark; het programma staat
onderaan deze mail.
Vriendelijke groeten, Maike Lasseur
Na 34 jaar zag ik dus Stadrand terug. O, wat waren de beelden en de teksten vertrouwd. Een permanent gevoel van o ja natuurlijk. Sommige teksten had ik altijd wel onthouden ("mijn zusters die waren niet rond, die waren vierkant!") maar andere zweefden blijkbaar ergens in mijn hoofd rond zonder dat ik dat zelf nog precies wist. En opeens waren ze daar weer. Onveranderd was de humor. Wat ik toen leuk vond, vond ik nog steeds leuk. De soort shots waren heel erg mijn soort shots. En natuurlijk ging het uiteindelijk toch weer over de zin van het leven, op een onnadrukkelijke manier. Maar de straatbeelden, de kleding van de omstanders bij het verkopen van de eieren door boer Sjors, de onaangeharktheid der dingen: het was onvoorstelbaar dat ik daar bij was geweest. Dat moet toch heel erg lang geleden zijn geweest.