1. EXTERIEUR/INTERIEUR - VOORMALIG VOLKSKRANTGEBOUW NIEUWE ZIJDS VOORBURGWAL AMSTERDAM

De camera verkent zoekend de half open hal van het 19e eeuwse gebouw. Achter een smeedijzeren hekwerk gaan twee brede marmeren trappen aan weerszijden omhoog naar een halfronde overloop met balustrade. De beweging breekt af. Closer volgt de camera de trappen. Opnieuw. De leuning met ornamenten. Iedere keer fade het beeld uit alsof het niet lukt hoger te komen.

COMMENTAAR:
In het voorjaar van 1968 deden 86 mensen toelatingsexamen voor de Filmacademie. Zenuwachtig maar vol hoop en verwachting liepen ze de marmeren trappen op van het gebouw aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal waar vroeger De Volkskrant gevestigd was geweest. Als ze toegelaten zouden worden, zou dat de rest van hun leven bepalen.

 

2. ZWART, TITELS

Muziek: Hope for Happiness van The Softmachine. Langzame, zoekende ijle tonen. Tekst, voorzichtig, breekbaar. De muziek versnelt zich. Als een soort refrein is te horen: hope for happiness, hope for happiness..

 

3. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

Close vertellen allerlei mensen wat ze zich herinneren van dat toelatingsexamen. Korte, snel gemonteerde statements, losse zinnen. Niemand komt met een compleet verhaal, iedereen lijkt zich losse flarden, een zin, een vraag te herinneren. Sommige herinneringen lopen parallel. Hoekig en snel wordt doorgemonteerd. Bijna iedereen herinnert zich dat er een commissie was die technische vragen stelde en een meer inhoudelijke commissie. Dat er schriftelijke vragen over algemene ontwikkeling waren. Dat er een filmpje gedraaid werd waarover je iets moest zeggen... Maar bijna niemand weet meer welke film.
(een paar voorbeelden):

ANNETTE APON:
Ik herinner me een groot lokaal waar in hoefijzervorm tafels opgesteld stonden en waar allemaal docenten achter zaten, in commissies gegroepeerd. Je moest dan van de ene commissie naar de andere, en had steeds gesprekjes.

RUUD BISHOFF:
We kregen een test daar. Daar hadden we een hele dag of een halve dag voor. Ik was in een half uur klaar, en drie minuten later was Alex Bolle ook klaar en toen hebben we ons er over zitten te verbazen dat iedereen nog bezig was. Omdat het ook vragen waren om Aristoteles te plaatsen en dat soort dingen, die nergens iets mee te maken hadden. Zulke larie was het!

RENÉ SCHOLTEN:
Ik herinner me dat we een film zagen. Over de Oosterscheldebrug. Daar moesten we vragen over beantwoorden.

THEO VAN LEEUWEN:
Ik herinner me vagelijk de interviews met die vragen. Het is voor mij drie levens geleden.

ANNETTE APON:
Kees van der Groep vroeg wat een camera obscura was. Ik dacht dat ik het wist maar uit zijn reactie leidde ik af dat ik toch het verkeerde antwoord gegeven had.

CEES VAN EDE:
En Kees van der Groep vroeg: als ik je nu een zak geld geef, wat zou je dan gaan doen? Ik zei dat ik dan naar Parijs zou gaan, want mei '68 was net geweest en dat moest vastgelegd worden. Dat was geen eerlijk antwoord, maar het leek me wel handig.

BORGER BREEVELD:
Bij het toelatingsexamen vroeg Briels: denk je dat je helemaal in je eentje een film kan maken? Ja natuurlijk, zei ik.

THEO VAN LEEUWEN:
Ik had gedichten geschreven, ook gepubliceerd, en toen vroegen ze me of ik dat ook visueel voor me zag en daar wist ik het antwoord niet op.

DIRK TEENSTRA:
Kees -met dat halve gebit, weet je wel- liet een stukje film zien, onontwikkeld materiaal, en zei: wat is dit. En toen zei ik: dat is onbelichte film. Hij lachte: dat kon geen onbelichte film zijn in ieder geval.

HILLIE MOLENAAR:
Ik moest iets over een toneelstuk doen. Ik weet niet meer wat. Maar ik was erg op theatergroep Studio, van Van Iersel. Daar was toen een stuk en daar speelde Leen Jongewaard in. Maar ik was zo in de zenuwen dat ik daar niets meer over kon vertellen. Toen heb ik uitgevonden waar Leen Jongewaard aan het repeteren was, en in de pauze heb ik toen Leen Jongewaard -ik kende de man niet eens- uit de repetitie gebeld en gevraagd waar het stuk over ging.

THEO KOK:
Een massa mensen..misschien bedoel je dat niet..een massa mensen herinner ik me. En vragen van Koolhaas over wat ik de mooiste film vond die ik gezien had. (na pauze) The Sound of Music. Ik zat helemaal niet in ander soort films: dit was het voor mij.

KARST VAN DER MEULEN:
Ik had een script geschreven over twee kinderen die verdwalen en terecht komen bij een verlaten huis in de herfst, waar ze een fles port drinken en in slaap vallen. Anton vond dat intrigerend. Ik had niet echt een jeugdfilm voor ogen, maar Koolhaas zette me op dat spoor.

BORGER BREEVELD:
Ik zei dat The Ten Commandments mijn favoriete film was, maar daar hadden ze nog nooit van gehoord.

CAREL DONCK:
Ik heb van alles verteld over de montage bij Eisenstein, ik had ook al boeken van Peeters gelezen.

EDGAR BURCKSEN:
In de bioscoop had ik de Sissy-films gezien, met Romy Schneider. Maar mijn zus, die was onderwijzeres, die was naar een film geweest die heette Blow Up. Van Antonioni. Vlak voor het toelatingsexamen voor de filmacademie had ik die film gezien. Ze had gezegd dat is een hartstikke goeie film. Wist ik veel wie Antonioni was. Op het toelatingsexamen vroegen ze dus aan mij is er een film die je hebt gezien die je interessant vond. Toen zei ik, nou ik heb dus Blow Up gezien van Antonioni. En toen vroegen ze waarom ik dat zo'n interessante film vond. Ik besprak een scène dat mensen aan het tennissen waren. Die fotograaf keek weer een keer en dan waren ze niet aan het tennissen. Ik vond dat zo prachtig. En dat scheen nogal indruk gemaakt te hebben op Koolhaas, dat Antonioni één van mijn favorieten was.

JAN RÖFEKAMP:
Ik herinner me er weinig van. Ik begreep ook niet waarom ze bepaalde dingen vroegen.

 

4. INTERIEUR - VOORMALIG VOLKSKRANTGEBOUW

De camera beweegt langs de traptreden omhoog. Het einde van de trap is bereikt. Een deur staat open. Er achter is duisternis.

COMMENTAAR:
Negenentwintig mensen zouden slagen voor het toelatingsexamen. Ik was één van hen. Wat was ik begonnen?

 

5. INTERIEUR - STUDIO

In een hoog tempo gemonteerd zien we -apart- de 29 pasfotootjes die ingeleverd moesten worden bij het aanmeldingsformulier. (ook mijn eigen pasfotootje zit hier tussen). De fotootjes zien er niet uit. Echte pasfotootjes, zwart/wit, wisselend van kwaliteit. Niet iedereen staat er flatteus op.

 

6. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

Close interviews. Het gaat om de gezichten, (nog) niet om de omgeving. In het beeld van nu zit -iets langer dan in de eerdere snelle reeks- het pasfotootje van Carel, Marion, Cees en René gemonteerd.

CAREL DONCK:
Toen de brief van de academie binnenkwam dat ik voor het toelatingsexamen geslaagd was zei mijn moeder: het is mooi dat je dat ook kan, maar nu ga je lekker door met je studie. Maar dat wilde ik niet.

MARION HILHORST:
In de euforie van de eindexamenfeesten maakte mijn moeder me wakker -ik ging toen erg laat naar bed- voor heel belangrijke post: een vrij dikke envelop van de NFA. Mijn moeder dacht: dat zit dus wel goed. Als ik afgewezen zou zijn, was het vast een dun briefje geweest. Wat ik dan had moeten doen wist ik niet.

CEES VAN EDE:
Mijn ouders waren er erg op tegen. Ze hebben anderhalf jaar lang het contact verbroken. Ik kreeg geen cent. Het was de combinatie van Amsterdam, Filmacademie, samenwonen. Maar ik moest en zou naar Amsterdam.

RENÉ SCHOLTEN:
Ik vond het verbazingwekkend dat ik was toegelaten, en zeker het gesprek met Koolhaas, dat had ik er niet goed vanaf gebracht, maar ik had geen idee wat ik anders had moeten doen. Ik ging ook gewoon met filmpjes door, want in die tijd maakte ik een filmpje over het neerzetten van de kubussen van Maarten Binnendijk op de markt van Oldenzaal. Toen de mededeling kwam dat er een brief van de academie was, zat ik bovenop de kubussen te filmen.

 

7. ARCHIEFMATERIAAL 8 mm KLEUR -BLAUWE KUBUSSEN - OLDENZAAL
Flarden van een 8 mm filmpje waarop vijf mensgrote blauwe kubussen als een kunstobject opgestapeld staan. Het is een stopmotion-filmpje waarop een hele dag vastgelegd is. Wolken vliegen voorbij, zon en schaduw wisselen elkaar af. (Dit materiaal kan beginnen onder vorige scène)

 

8. INTERIEUR - STUDIO - PAPIEREN ARCHIEF NFA

Mijn eigen pasfotootje op het aanmeldingsformulier. Een verschrikkelijk fotootje, waar ik met vreemde bolle wangetjes opsta. (commentaartekst loopt wellicht nog gedeeltelijk over vorige beeld heen).

COMMENTAAR:
Het moment dat die brief kwam ben ik vergeten. Was ik me de ernst van de situatie eigenlijk wel bewust? Ik had best iets anders kunnen gaan doen. Nederlands studeren, of geschiedenis. Dat had erg voor de hand gelegen. Wat in godsnaam had me bewogen om naar de Filmacademie te willen. Welke jeugdige overmoed gaf me het idee dat ik daar geschikt voor zou zijn? Waarom?

 

9. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

Tussen de close ups van de geïnterviewden door zien we hun pasfotootjes. Rustiger, bestuderend. Er is geen twijfel mogelijk: ze zijn dezelfde en toch anders.

DIRK TEENSTRA:
Ik deed altijd al aan 'fotootjes maken'. Bezeten legde ik alles om me heen vast. Vanaf mijn vijftiende wilde ik naar de filmacademie, en ik wist ook dat ik cameraman wilde worden. Dat was al begonnen met de eerste televisiebeelden die ik zag. Programma's zoals Luipaard op schoot. Maar ook wel bioscoop, het maakte niet uit, als het maar bewoog.

HILLIE MOLENAAR:
Ik ben op mijn veertiende begonnen met werken, in een confectiefabriek, aan de lopende band, dus mijn grote frustratie was dat ik nooit had mogen leren. Toen ben ik weggelopen uit Friesland en ik dacht dat de film de enige manier was om in een andere sfeer terecht te komen. Ik had dat in een beroepengids uitgezocht.

THEO VAN LEEUWEN:
Ik wou een groot schrijver worden. Eerst had ik bedacht dat ik medicijnen moest studeren, dan kon ik overal ter wereld terecht en geld verdienen en dan ondertussen die grote werken schrijven. Maar dat was zo vreselijk saai die medicijnenstudie, daar ben ik mee uitgescheden. Ik wist eigenlijk niet zoveel van film af, nooit gefotografeerd, ik dacht misschien heeft het wel iets met schrijven te maken en zo. Ik dacht dat ik daarmee ook iets met mijn liefde voor muziek kon doen.

JAN RÖFEKAMP:
Ik deed voor twee opleidingen toelatingsexamen: de Filmacademie en de Vliegschool in Eelde. Mijn vader werkte bij de KLM en ik had wel wat met dat vliegen. Ik vond het allebei zware toelatingsexamens. Toen ik wegliep bij de NFA had ik niet het flauwste benul wat er met me zou gebeuren. Omdat de uitslag van de NFA eerder kwam dan de uitslag van de vliegschool, heb ik film gekozen. Het maakte me echt niet uit. In het andere geval was ik ongetwijfeld piloot bij de KLM geworden.

EDGAR BURCKSEN:
Ik wilde naar de filmacademie omdat mijn moeder dat wilde. Zelf wilde ik naar Wageningen gaan om landschapsarchitectuur te gaan studeren, en mijn moeder zei: je moet iets creatievers doen. Die had een boekje met wat je allemaal kon doen -Na het eindexamen studeren, heette het- en daar had ze de filmacademie in gezien en ze dacht dat dat wel wat voor mij zou zijn.

BORGER BREEVELD:
Ik zong, met een meisje samen, we hadden een duo, en toen werden we door Frits Pengel die directeur zou worden van de Eerste Surinaamse Televisie gevraagd om iets te doen. Het zijn de eerste filmpjes die uitgezonden zijn op de televisie. Het maakte veel indruk.

THEO KOK:
Ik denk dat ik -nu terugkijkend- dat ik vooral zekerheid zocht, want ik dacht: dat kan ik. Ik kan met die camera omgaan.

LOUK VREESWIJK:
Na het gymnasium ging ik psychologie studeren. Maar dat was niet wat ik wilde. Ik zag ook al zo'n traject van mijn leven voor me. Ik wilde daar van af. Ik hield wel van film, zag veel in Camera en Studio: Nouvelle Vague, maar ik had zelf meer met fotografie. Tijdens het toelatingsexamen werd me ook gevraagd waarom ik niet naar de fotovakschool ging. Ik heb toen gezegd dat ik iets met documentaire wilde.

CAREL DONCK:
Ik wilde schrijven. Ik denk dat ik vooral wilde schrijven. Nu kun je je afvragen: is de filmacademie de geëigende opleiding: ik weet het niet. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik daar een vrij vaag beeld van had.

ROB BONGERS:
Ik had twee jaar op de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag gezeten. Maar ik twijfelde of ik wel goed zat. 't Liefst was ik naar een animatie-academie gegaan, maar die was er niet. "Verhaaltjes vertellen" en tekenen: dat vond ik allebei altijd al leuk. Van kinds af aan. Altijd gek geweest op stripverhalen. Bambi heeft wel veel indruk gemaakt.

ANNETTE APON:
In '64/'65 werd ik echt door film gegrepen -de opkomst van de Nouvelle Vague-. Ik vond dat heel interessant, zag veel, en wilde bij die wereld horen.

KARST VAN DER MEULEN:
Mijn moeder kwam een keer van de kapper thuis met een Libelle met een artikel over de filmacademie: "De filmacademie groeit naar volwassenheid". Toen was ik 15, en het was meteen raak. Ik ging sparen voor een 8 mm filmcamera, door een krantewijk te doen. De goedkoopste filmpjes waren van Orwo want die waren excl. ontwikkelkosten. Ontwikkelen deed ik zelf in de badkuip.

MARION HILHORST:
Ik wilde niet studeren, ik wilde iets vrijers. Ik fotografeerde al heel vroeg. Daar kwam bij dat ik graag dingen regelde of organiseerde. Het is door een toevalligheid gekomen. Bij een vriendin keek ik het boek Na het eindexamen? Studeren! in, en toe kwam ik er achter dat de Filmacademie bestond.

CEES VAN EDE:
Ik was Frans gaan studeren omdat ik eigenlijk Jan Brusse wilde opvolgen. In het eerste jaar kwam ik in contact met Lodewijk de Boer die nog violist was in het Concertgebouworkest, maar mèt theaterambities. Hij had zelf stukken geschreven en deed studententoneelvoorstellingen, en vroeg me of ik mee wilde doen. Dat heeft mijn leven veranderd. Dat stuk in kwestie kreeg veel aandacht in de pers. Er werden tournees gemaakt. Ik had niet het gevoel dat ik daarna rustig door kon gaan met Frans studeren. Het jaar daarna werd Lodewijk gevraagd bij het beroepstoneel te komen en mijn tegenspeler ging ook mee naar Studio. Maar eigenlijk wilde ik worden zoals Lodewijk: regisseur, en niet acteur. In Utrecht woonde ik met mijn vriendin op het Domplein, niet ver van Studio en Camera. Ik zag veel films, en ik trad op in de kelder, de Cinecave, met Franse liedjes. De bedrijfsleider daar was toen Huub Bals. En Huub zei altijd: 'jij moet wat met film gaan doen'. En hij gaf me Cahiers du cinema mee naar huis.

RUUD BISHOFF:
Ik wilde meer van dat vak weten. En films zien. Als student kon je gratis naar de film.

RENÉ SCHOLTEN:
Ik was daarvoor al met film bezig en ik wilde absoluut iets met film. Films maken. Als regisseur.

Het is onvermijdelijk dat ik regelmatig door zal vragen naar het echte "waarom" en vaak zal blijken dat de vraag alleen met omtrekkende bewegingen beantwoord kan worden.

 

10. *BEELD

COMMENTAAR:
Alles is waar en misschien wel niet waar. Benaderingen van een waarheid. Als we het toen al echt wisten, dan heeft het nu de kleur van een herinnering over zich heen gekregen. Het zijn ook de verhalen die je jezelf vertelde. Natuurlijk heb ik ook zo'n verhaal. Ik wilde een vak leren, scriptgirl of zo, montage, om later zelfstandig mijn brood te kunnen verdienen. De filmacademie duurde maar vier jaar, dat was praktischer dan een studie van zes jaar die de meeste meisjes toen toch niet afmaakten, werd me verteld. Een ander verhaal is dat ik in diezelfde Cinecave waar Cees liedjes zong, een discussie over film meemaakte, in het Frans, die diepe indruk maakte.

Niet dat ik ook nog maar een vermoeden heb waar het over ging. Maar de passie, de heftigheid, n toch gekoppeld aan verstand, aan alles gelezen alles gezien hebben. Ja, kon ik daar maar bij horen.

Maar is dit verhaal waar? Zit het niet vol hele en halve misverstanden? Is het geen totaal gebrek aan kennis? Aan inzicht in mezelf?

 

11. INTERIEUR - STUDIO - PAPIEREN ARCHIEF NFA

Een stapel oude aanmeldingsformulieren uit het archief van de Filmacademie. De pasfotootjes die we al gezien hebben, zitten voorop de formulieren geniet. We zien details van handschriften. Dan een blokje tekst, met als kopje 'Redenen van de aanmelding'. De tekst is niet egaal uitgelicht, maar 'clair obscur'. (De tekst wordt voorgelezen)

COMMENTAAR:
Redenen van de aanmelding.
Bezit u naar Uw eigen mening creatieve gaven op een of meer van de volgende terreinen: schilderen/ schrijven/ tekenen/ boetseren/ muziek/ toneelspelen/ fotografie.
Waarop baseert u deze mening?
Wat verwacht u van Uw studie aan de Filmacademie? Wat stelt u zich voor na afloop van Uw studie aan de Filmacademie te gaan doen?

 

12. *BEELD

(te overwegen valt of ik toch ook zelf in beeld moet, terwijl ik mijn antwoord op de vraag voorlees. Mijn commentaar nu zou off screen kunnen, terwijl ik zwijgend het formulier lees.)

COMMENTAAR:
'Ik hoop op de filmakademie mijn kulturele belangstelling en mijn kreativiteit te kombineren.' Schreef ik op. Wat een vaag cliché denk ik nu. Wat een brave onzin. Wel had ik consequent alles met een k geschreven wat met een c moest. Gecontroleerde opstandigheid, beschaafde rebellie.

 

13. FILMFRAGMENT UIT 'PRIMA DELLA REVOLUZIONE'

Fabrizio -een jonge man uit de gegoede burgerij- probeert te ontsnappen aan zijn milieu, beïnvloed door zijn communistische vriend Cesare. Voorbestemd te trouwen met een meisje uit zijn eigen klasse, wordt Fabrizio verliefd op Gina, zijn jeugdige tante die een beetje gek is. Toch kiest hij uiteindelijk voor de keurige Clelia. Tijdens de opera MacBeth van Verdi ontmoet hij Gina voor de laatste keer, in de gangen van het operagebouw.

De film is fraai, tegendraads, in zwart/wit gedraaid. Met jumpcuts en geraffineerde mise-en-scène. Verandering en 'revolutie' zijn sleutelwoorden in monologues intérieurs en dialogen, maar curieus genoeg heeft de film vooral ook een nostalgische sfeer. Voor jongens als Fabrizio valt niet te ontsnappen aan hun bestemming, lijkt de moraal. Het was Bertolucci's eerste film: hij was toen 23 jaar.

 

14. INTERIEUR - VOORMALIG VOLKSKRANTGEBOUW NIEUWE ZIJDS VOORBURGWAL AMSTERDAM

COMMENTAAR:
Prima della revoluzione had indruk op me gemaakt. En Pierrot le Fou. En Blow Up van Antonioni. Andere films van Antonioni had ik niet gezien omdat die boven de 18 waren. Misschien moet ik omtrekkende bewegingen maken om dichterbij te komen.

 

15. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

Close ups van de geïnterviewden. Foto's of korte fragmenten van films die genoemd worden. Sommige filmfragmenten onderbreken de gesprekken. Een flard van een scène komt even op zich te staan.

JAN RÖFEKAMP:
Ik was een B-movie freak. Elke donderdag liep ik in Uithoorn naar de bioskoop -toen Uithoorn nog een bioscoop had- om te kijken welke nieuwe foto?s in de vitrine werden gehangen. Het was een weekendbioscoop, met drie, vier films per weekend. Dat waren films als I was a teenage werewolf. En ik was ook dol op Italiaanse sterke-mannen-films: Maciste, Ursus, Hercules. Grote cinemascopefilms, spektakels.

CEES VAN EDE:
Godard, de vroege Godards. Une femme est une femme, Le Petit Soldat. Veel Japanse films.

EDGAR BURCKSEN:
Ik kwam echt uit de provincie. Het meeste wat ik had gezien was slapstick, dus Charlie Chaplin en dat soort dingen, zondagmiddag in het parochiehuis.

RUUD BISHOFF:
Het Bergman retrospectief, het Fritz Lang retrospectief, Eisenstein, revolutiedinges enzo..

ANNETTE APON:
Godard en Truffaut. Jules et Jim, Pierrot le Fou, Bande Ó part.

BORGER BREEVELD:
Ik begreep de films niet erg die hier belangrijk gevonden werden: Godard, bv. Ik wilde het allemaal wel leren. Ik kwam uit een ander milieu. Dat Frans-Italiaanse zei me niets.

DIRK TEENSTRA:
Brief Encounter, Antonioni, Godard. The Chase van Arthur Penn. Ik zag veel. West Side Story, dat vond ik toen ordinair.

CAREL DONCK:
Ik zag Hitchcock. Boven de achttien was een probleem. Ik was bang dat mensen zouden zien dat ik nog geen achttien was. On the beach maakte veel indruk. Dat was voor het eerst dat ik dacht dat er zomaar een atoombom kon vallen. West Side Story maakte ook grote indruk. Dat was een van de eerste films waar je met een vriendinnetje heenging. Don't you touch him, zegt zij dan op een gegeven moment, als hij dood is en de politie er aan komt.

ROB BONGERS:
Lelouch..

HILLIE MOLENAAR:
Le Weekend en La Chinoise waren de eerste films waarvan ik opeens het idee had dat ik die begreep.

KARST VAN DER MEULEN:
Ik ging zelden naar de bioscoop. Op Koninginnedag naar de Cineac.

RUUD BISHOFF:
Op school kwam ik in een groepje scholieren die af en toe naar een nachtvoorstelling ging. Dat is begonnen met Liaisons Dangereuses in Calypso, en daarna heb ik geen week meer overgeslagen. Iedere vrijdag en zaterdag. Ik ben van school afgegaan omdat Cinetol de programmering veranderde. Ik maakte daar in de foyer mijn huiswerk, en dat kon niet meer.

MARION HILHORST:
Taste of honey en De zeventiende breedtegraad.

RENÉ SCHOLTEN:
Hitchcock..

 

16. INTERIEUR - STUDIO - PAPIEREN ARCHIEF NFA

De pasfotootjes.

COMMENTAAR:
Wat wisten we? Wat wilden we?

 

17. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

Close ups geïnterviewden.

ANNETTE APON:
Regisseur worden, dat was toch wel evident. Speelfilmregisseur.

CEES VAN EDE:
Het was niet erg duidelijk. Wel in de buurt van regie.

THEO VAN LEEUWEN:
Ik wist niet wat ik wilde worden, maar ik wist wat ik interessant vond. Ik wou allerlei dingen worden en hoopte eigenlijk dat het mogelijk zou zijn die allemaal te doen in een leven.

EDGAR BURCKSEN
Ik wou landschapsarchitect worden. Ik dacht eerst een jaartje naar Amsterdam, lekker gezellig, dan kan ik daarna altijd nog naar Wageningen gaan wat een hele saaie stad is.

JAN RÖFEKAMP:
Ik had geen flauw idee, en vrijwel onmiddellijk viel ik in dat productievak.

HILLIE MOLENAAR:
Ik wilde leren. Ik wilde dat al die chaotische kennis die ik had ergens samenkwam.

THEO KOK:
Ik wilde all round cameraman worden. Dat kwam denk ik voort uit een stuk zekerheid die ik zocht.

BORGER BREEVELD:
Ik wilde iets doen om bij te dragen tot de ontwikkeling van mijn land.

LOUK VREESWIJK:
Eerder bedenker dan regisseur.

DIRK TEENSTRA:
Cameraman.

THEO:
All round cameraman.

ROB BONGERS:
Nee, heel vaag. Ik hoopte op een baan bij Toonder, of zelf met andere mensen iets opzetten.

KARST VAN DER MEULEN:
De techniek vond ik heel leuk, en nog steeds. Maar als middel, niet als doel.

MARION HILHORST:
Documentaire en productie.

RENÉ SCHOLTEN:
Films maken. Als regisseur toch wel. Of als producent.

 

18. EXTERIEUR - VOORMALIG VOLKSKRANTGEBOUW EN OMGEVING EN ARCHIEFMATERIAAL ZWART/WIT - DAG

De zinken koepel op het markant gelegen pand is niet echt veranderd. De camera tast het gebouw af, op zoek naar herinneringen, in strakke trage beweging. De trappen, nu totaal, levenloos lijken ze. Het raampje in de hal waarachter zich vroeger de portiersloge bevond. Wellicht zien we tussen of onder de teksten heel korte flitsen uit oud materiaal waarop stukjes van het gebouw te zien zijn. Verschillende destijds opgenomen filmpjes of oefeningen zijn er opgenomen: terloops is de hal te zien, de trap naar boven, de zolder, etc.

RENÉ SCHOLTEN:
Het was een vrij hoog gebouw met hoge ramen op één hoog, bovenop een koepel. Binnenin een holle ruimte met twee trappen, met het portiershokje. Binnen was de studio. Op de eerste verdieping was de kamer van Boetje en Koolhaas en de administratie. Een verdieping hoger was een klaslokaal met stoeltjes met die plankjes die je op kon klappen. Er was ook nog een rare zuil, van oude buizenpost, donkerrood geschilderd. Daar kregen we de eerste keer ook een toespraak van Koolhaas.

THEO KOK:
En dan ging het over naar houten trappen. Ik was een braaf jongetje dat altijd op tijd kwam, dus ik was één van de eersten. Dat heb ik altijd gedaan. Dat besef ik me allemaal nu. En dan kwam je boven en dan ging je naar de koffie- en chocoladeautomaat. De koffieautomaat stond in een vierkante kamer, en daar stond je dan met elkaar tot dat de les begon.

ROB BONGERS:
Heel veel trappen en nauwe kamers, en het solarium. Op een tussenverdieping was nog een aardig groot lokaal, en de rest waren kleine kamertjes. Het solarium, dat blijft in je geheugen geprent.

HILLIE MOLENAAR:
Ja, er was een trap en dan ging je naar boven..nee je ging niet naar boven, je ging naar achteren. (ze weet het niet precies meer). Ik vond het rare donkere lokaaltjes. Klopt dat?

CAREL DONCK:
Na de trappen zal wel een gang zijn geweest. Er was een studio die uitkeek op het Telegraafgebouw, en op Kwakman de broodvakman. De zolder herinner ik me ook, met aan de achterkant het solarium waar veel lessen werden gegeven.

RUUD BISHOFF:
Aan de achterkant was het solarium. Daar sprak Koolhaas de gedenkwaardige woorden: dames en heren ik moet even van de broek. Cees stelde toen de vraag wat dat inhield.

DIRK TEENSTRA:
Het uitzicht herinner ik me. Kwakman, de broodvakman.

RUUD BISHOFF:
De zolder natuurlijk. Toen ik met montage begon, prikte ik daar eerst een mooie prent van Lenin aan de muur.

DIRK TEENSTRA:
O ja de kelder. Ik herinner me daar een eindexamenfeestje. Dat Olga Madsen Ot Louw vreselijk voor zijn bek sloeg.

RUUD BISHOFF:
Beneden was de plek waar de drukpersen gestaan hadden. Daar was een decortje met een raam en een deur. Daar is het bakken van een ei opgenomen.

 

19. ARCHIEFMATERIAAL ZWART/WIT - FILMPJE 'HET BAKKEN VAN EEN EI'

We zien een erg jonge Rob Bongers die een slordig ingepakt elektrisch kookplaatje overhandigt aan Borger Breeveld in het genoemde decortje. Borger sluit het plaatje aan en gaat een ei bakken. Alles maakt een nogal kinderachtige indruk.

 

20. INTERIEUR - INTERVIEW DIRK

Close interview

DIRK TEENSTRA:
...Ik herinner me vooral de eerste les van Rein Bloem, want toen was net de inval in Tsjechoslowakije geweest. En Rein Bloem ging het daar meteen over hebben. Dat was september 1968. En ik vond dat zo goed eigenlijk, dat je in een omgeving kwam dat alles wat daarbuiten gebeurde ook van belang was.

 

21. INTERIEUR - VOORMALIG VOLKSKRANTGEBOUW ZOLDER - ARCHIEF

Een oud stuk film waar het raam van de dakkapel van het Filmacademiegebouw op te zien is, van binnenuit. We horen opnieuw het intrigerende begin van Hope for Happiness van The Softmachine.

 

22. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

De interviews zijn close gedraaid.

ANNETTE APON:
Meteen de eerste dag werd door Koolhaas gezegd dat er met speelfilm geen droog brood te verdienen viel. Dat was zijn adagio. Hij hamerde er daarom op dat je gewoon een métier moest leren om daarmee je brood te verdienen.

HILLIE MOLENAAR:
Wat ik het sterkste voelde was dat Koolhaas aan bijna iedereen beloofde: misschien ben jij dat ene talent dat de Nederlandse film gaat redden. En ik had ook het gevoel dat dat ons uit elkaar dreef.

CEES VAN EDE:
Koolhaas heeft een keer gezegd: Jullie als filmmakers zijn de trait d'union tussen weters en niet weters. En dat is op een rare manier door mijn hele leven heengetrokken. Ik heb dat ook altijd een mooie zinnige uitspraak gevonden.

ROB BONGERS:
Koolhaas zei: weet waar je aan begint, want het is een heel wreed vak.

CAREL DONCK:
Van Koolhaas is de uitspraak: jullie zijn als lemmingen, jullie lopen je ondergang tegemoet.'

 

23. EXTERIEUR - ARCHIEFMATERIAAL KLEUR

Volstrekt triviale straatbeelden van Amsterdam in 1968. Gedraaid als eerste cameraoefeningen. Het Muntplein waar mensen oversteken, in kleding die er nu vreselijk ouderwets uit ziet. Passerende auto's van een model dat je nu old timer noemt. Toeristen die bij Kooij de rondvaartboot instappen. Een grijze tram die voorbij rijdt, etc. Een deel van het materiaal heeft een oranje flair.

COMMENTAAR:
Ik vond het leven in Amsterdam ongelooflijk spannend en opwindend. En ook verwarrend. Ik had een klein kamertje vier hoog op de Bilderdijkkade. Om naar de wc te mogen moest ik naar buiten, en bij de andere deur aanbellen in de hoop dat er iemand thuis zou zijn.
De creativiteit die ik dacht te hebben toen ik het aanmeldingsformulier invulde uitte zich vooral in tekeningetjes die ik maakte. Ik tekende mezelf vastgemetseld in bakstenen. Zo voelde ik me. Als iemand die opgesloten was. Die het niet lukte om te ontsnappen aan zijn eigen beperkingen.
Hoe graag wilde ik kunnen vliegen.

 

24. STUDIO - TEKENING MET VASTGEMETSELD MEISJE.

We zien een gouache van een vastgemetseld meisje. De stijl is nogal modieus, erg van die tijd.

COMMENTAAR:
Met afgunst en verbazing keek ik hoe sommigen zich met een vanzelfsprekend gemak wisten te gedragen. Ze leken te weten wat ze wilden. Ze wisten hoe de wereld in elkaar zat. Ze kenden geen twijfels.

 

25. ARCHIEFMATERIAAL DIVERSE FILMPJES ZWART/WIT

In het rushmateriaal dat bewaard is gebleven zijn af en toe klasgenoten te zien tussen de opnames door. Er wordt gedold, lacherig gedaan, of soms juist heel serieus. Er is een mooi fragment van Borger en Sjoebert die in een binnentuin ergens in de Pijp bezig zijn het statief op te stellen.

 

26. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

De interviews zijn close gedraaid.

DIRK TEENSTRA:
Eigenlijk kan ik niet reconstrueren hoe ik me toen voelde. Cees, dat was echt de grote jongen, die had al zoveel gedaan.. Je keek tegen een paar kinderen ontzettend op. En verder was het zo?n verschil met de middelbare school, zo?n ontzettend verschil. Ik denk ook dat ik af en toe in een soort coconnetje leefde. Ik deed me wel voor als iemand die van alles wist, maar dat was niet zo. Het beeld van binnen uit is toch anders dan wat mensen van je zien of van je denken te zien.

HILLIE MOLENAAR:
Zo'n klas vond ik leuk, dat was nieuw voor me.

CEES VAN EDE:
Ik was een soort tabula rasa die eerst wilde opzuigen. Echt precieze verwachtingen had ik niet. Die periode van mijn leven zat vol met experimentjes. Ik was daar vrij meedogenloos in, ook voor mezelf. Dat was ook ter compensatie van die jeugd waar niet veel gebeurd was. Ik probeerde mijn leven op spanning te zetten.

EDGAR BURCKSEN:
Het enige wat ik me herinner van het eerste jaar.. het allerbelangrijkste is dat ik me absoluut niet thuis voelde tussen al die mensen. Want je had mensen als Cees van Ede, Theo van Leeuwen. Ik voelde absoluut geen verwantschap met de meeste mensen in mijn klas omdat die allemaal gedreven artistiekelingen waren die iets wilden met film, en ik had zoiets.. ik wist nog van niets. Ik wist echt van niets. Ik wist niets van film, ik wist niets van Amsterdam, ik was zo groen als het maar kon.

LOUK VREESWIJK:
Met Dirk had ik wel contact, niet diepgaand, meer praktisch. Met René had ik ook een goed contact, een bepaalde verwantschap. Geert Popma was echt een andere wereld waar ik niets mee had. Ik heb me op de academie niet altijd helemaal op mijn plaats gevoeld. Ik wist ook niet precies wat ik wel zocht.

DIRK TEENSTRA:
In het eerste jaar had ik het meest contact met Louk Vreeswijk. Louk was rustig, en wat volwassener. Ik trok me daaraan op. Met Cees en Theo kwam eigenlijk iets later. Het had toch te maken met hoe mensen tegen de wereld aankeken. Dat hoorde je in zo'n klas, en dan dacht je: die wel en die niet! Er waren mensen waarvan je dacht: daar wil ik niet bij horen. Geert Popma die altijd met de Telegraaf in de hand liep, en die van die opmerkingen had en die ook heel schools was.. dat is niks voor mij. Dat is niet mijn wereld. Die zoekt niet hetzelfde. Je kijkt eigenlijk: wat zoeken mensen in het leven. En daar zoek je het gezelschap van.

ROB BONGERS:
Het viel uit elkaar in een aantal groepjes.

RUUD BISHOFF:
Er waren mensen die echt wat wilden met film, en er waren mensen die gewoon een vak wilden uitoefenen. Borger vertelde me hoe hij met Geert Popma op een terrasje zat die de gevleugelde woorden sprak terwijl hij een pijp stopte: zo dat is nou het vrije leven van de cineast.

BORGER BREEVELD:
Er waren twee stromingen: mensen die hun brood ermee wilden verdienen en kunstenaars. Zelf moest ik wel realist zijn.

THEO KOK:
Ik had weinig contact. Alleen met Karst. Het contact met de anderen hield ik waarschijnlijk onbewust af, ik had geleerd anderen te wantrouwen.

KARST VAN DER MEULEN:
Er kwam al snel in ons jaar een splitsing tussen doeners en praters. Dat praten, daar had ik weinig binding mee. Gelukkig was er ook een clubje doeners. Dat heeft mekaar nooit gebeten. Dat ik volledig met film bezig kon zijn, daar ging het om.

RENÉ SCHOLTEN:
Er was wel een raar soort evenwicht tussen al die groepjes. Soms hoorde je erbij, en soms weer niet. Ik had het gevoel dat ik er maar een beetje doorheen hobbelde en met iedereen wel overweg kon. Ik heb me nooit veel van het probleem van erbij-horen aangetrokken.

JAN RÖFEKAMP:
In het eerste jaar heb ik vreselijke ruzie met Annette Apon gehad, en met Harry Kümel. Dat ging over films die ik stomvervelend vond en die zij meesterwerken vonden. Ik was in die tijd een groot fan van Cinetol was, want daar draaiden ze 's nachts science fiction films. Maar de programmering was divers: er was ook een Nouvelle Vague retrospectief met 60 films waar we heen gestuurd werden. Daar zag ik Muriel, maar daar viel ik bij in slaap. Ik vond het verschrikkelijk. De volgende dag kreeg ik er ruzie over met Annette die het fantastisch vond.

MARION HILHORST:
Met Annette Apon heb ik nooit meer dan tien woorden gesproken. Je wist nooit of ze wel goeiedag terug zou zeggen. Die was zo vreselijk intellectueel, en misschien ben ik dat helemaal niet.

KARST VAN DER MEULEN:
Voor Cees was ik eigenlijk een beetje bang. Hij kon je zeer scherp onderuit halen.

 

27. EXTERIEUR - VOORMALIG VOLKSKRANTGEBOUW NIEUWE ZIJDS VOORBURGWAL AMSTERDAM

COMMENTAAR:
We zaten nog maar krap twee maanden op school toen er door een groepje binnen de klas een filmtijdschrift opgericht werd.

 

28. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

CAREL DONCK:
We zaten in het solarium denk ik toen we zaten te dubben over hoe het filmblad moest heten dat we net hadden bedacht. Theo van Leeuwen zei niets, pakte een stuk papier en schreef met grote blokletters op: Skrien.

ANNETTE APON:
Skrien is een idee geweest van Ruud Bishoff, die was het niet eens met Skoop. Waarom weet ik eigenlijk niet. Ik geloof ook niet dat ik dat zo belangrijk vond of dat ik dat überhaupt begreep. Carel was er al heel snel bij, en ik ben er op een toevallige wijze bij betrokken geraakt. Het Maison Descartes had een retrospectief van Louis Malle georganiseerd, en Louis Malle was zelf ook uitgenodigd. Skrien wilde hem interviewen, en toen hebben Carel en ik dat gedaan want wij spraken Frans. Ruud Bishoff sprak geen Frans.

EDGAR BURCKSEN:
Ik hoorde dat er een blad uitgegeven zou worden op de filmacademie, en ik dacht dat het een schoolkrant zou zijn. En omdat ik ook de schoolkrant al had gedaan op de middelbare school dacht ik ik bied Annette en Ruud .nee ik ben eerst naar Annette gegaan ja. Ik zeg goh ik hoor dat jullie met een schoolkrant bezig zijn. -nou, ik werd meteen de deur uitgekeken want het was geen schoolkrant.

CAREL DONCK:
Ruud was een communist en een echte bladenoprichter. Maar ik had in de schoolkrant redactie gezeten en in dienst een krantje opgericht. Voor we het wisten was er een blad opgericht. Er was genoeg om over te schrijven: Ivens, Ellen Vogel over M. Hawarden. Ik herinner me dat ik met jou (=DS) en René in een busje naar Arnhem ben geweest om films te vertonen en dat gevraagd werd waar Skrien voor stond. Ik vond het een goede vraag maar had er geen antwoord op. Mijn ambitie was niet arbeidersfilms of zo, of fabrieksbezettingen.

JAN RÖFEKAMP:
Het ontstaan van Skrien vond ik leuk omdat het een onderneming was, en daarom had ik ook een tijdje te maken met de logistiek ervan -stencillen en zo-. Die Nouvelle Vague zei me verder niet zo veel.

ANNETTE APON:
Jan Röfekamp was er ook bij. Theo van Leeuwen wilde er expliciet niet voor schrijven, of althans niet echt meedoen. En Cees ook niet. Die wilden we natuurlijk ook wel erbij hebben. Maar die wilde het niet.

EDGAR BURCKSEN:
De Skriengroep radicaliseerde vrij snel in de linkse richting en ik denk dat Theo zich daar niet mee kon vereenzelvigen. Cees heeft er ook nog een tijdje aangehangen, maar op een gegeven moment gingen wij zo ontzettend te keer -dat begon natuurlijk met de Etats généraux du cinema- maar we begonnen natuurlijk ook de Russische revolutie te onderzoeken.

THEO VAN LEEUWEN:
Rond Skrien werd me wel verweten dat ik een romantische instelling had. Hun manier om over Brecht te praten, daar had ik niet zoveel mee op. Over dat soort dingen was verschil van mening. Ik schreef een stukje over Bergman voor een van de eerste nummers van Skrien en Annette vond dat niets. Ik was bij de oprichting van Skrien betrokken, ik had de naam verzonnen en de eerste paar afleveringen meegedaan. Daarna hield het gewoon op.

 

29. ARCHIEFMATERIAAL ZWART/WIT - FILMPJE OVER ACTIE BIJ TUCHINSKI VANWEGE FILM DE GROENE BARETTEN

In het filmpje treden Annette Apon, Ruud Bishoff en Borger Breeveld op als actievoerders die voor bioscoop Tuchinski een stencil uitdelen aan voorbijgangers. Ruud laat zich verleiden door klasgenoot Neeltje de Haan om koffie te gaan drinken.

Onder deze beelden zou de volgende tekst kunnen beginnen.

 

30. INTERIEUR - HUIS RUUD BISHOFF

Ruud heeft de eerste Skrien in zijn handen en leest het begin van het manifest dat hij voor dat eerste nummer schreef.

RUUD BISHOFF:
De toestand van de Nederlandse film is beslist niet rooskleurig. Ondanks alle hoopgevende geluiden en kleine feitjes is er in wezen nog niets van de grond gekomen. Jaarlijks loopt het aantal bioskoopbezoekers nog steeds terug en als gevolg daarvan het aantal bioskopen. De regering schijnt nog steeds vast besloten de Nederlandse film het graf in te helpen. Haar beleid is afgestemd op de vernietiging op langere termijn, waarbij de indruk wordt gewekt dat het allemaal de schuld van de filmers zelf is. Het bedrag dat voor subsidie beschikbaar wordt gesteld, is ontoereikend en wordt op onverantwoordelijke manier besteed. De Raad voor de Kunst bestaat nog steeds, niet terzake kundig en dubieus als altijd. Van demokratisering van de Nederlandse film is nog steeds geen sprake. De markt wordt beheerst door een gesloten systeem dat veel weg heeft van een middeleeuwse gilde. De filmkritiek in de dagbladen getuigt over het algemeen van onkundigheid, het zou niet eens opvallen als er mee gestopt werd. Kortom, het veelgeroemde filmklimaat blijkt nogal koud en vochtig te zijn.

 

31. *BEELD

COMMENTAAR:
De oprichting van Skrien liep vrijwel parallel met de voorbereidingen voor de viering van de 70e verjaardag van Joris Ivens. Ik geloof eigenlijk niet dat ik voor die tijd ooit van Ivens gehoord had.

 

32. INTERIEUR - DIVERSE INTERVIEWS

De interviews zijn close gedraaid.

HILLIE MOLENAAR:
Bert Haanstra kreeg een prijs op dat moment -de zilveren hupseflups-, en toen hadden we net van Ivens gehoord. Ik weet dat ik bij Gijs Stappershoef was en zei: wat raar dat Haanstra die prijs krijgt, fantastisch, maar waarom Ivens niet.
Toen zei Gijs: dan doe je het toch zelf? Hij wilde niet meer naar Nederland komen, maar toen heb ik hem een brief geschreven: Beste Joris Ivens, deze filmacademie is zo verschrikkelijk. We leren hier niets. Het is een ramp. En dit en dat. Wil je alsjeblieft hier naar toe komen, en dan doen we alsof we je verjaardag vieren, maar het is omdat er meer gepraat moet worden over allerlei zaken. Die brief schijnt ook in het Ivens-archief te liggen. En toen heeft hij geschreven, ja dat is goed ik kom. Toen zijn Froukje Bos en ik samen begonnen met allerlei gedoe.

RENÉ SCHOLTEN:
Van ieder jaar moesten er twee afgevaardigden in een werkgroep, en ik werd voor ons jaar gekozen, samen met Hillie Molenaar. Er werd vergaderd over wat er allemaal zou gaan gebeuren. De hele filmwereld moest gemobiliseerd worden, maar je kreeg meteen met allerlei fracties en tegenstellingen te maken. Ik begreep dat allemaal niet. Je wist vooral dat Ivens fout behandeld was door de Nederlandse regering vanwege Indonesia Calling. De feestelijkheid was bedoeld als een soort eerherstel.

MARION HILHORST:
Froukje Bos had een interview met Ivens.. Ivens logeerde in Schiller, maar wellicht was het interview elders. Jan de Vaal was erbij en Jan Blokker. Ik heb nog een champagnefles met alle handtekeningen. Vive le cinema militant, staat er op.

RENÉ SCHOLTEN:
Ik was niet zo politiek bezig. Het ging meer om het organiseren.

THEO KOK:
Waar ik wel mee meegedaan heb is het feest, de herdenking rond Joris Ivens. Ik heb toen spoelen met films van Ivens ergens gedraaid. Ivens was één van de idolen van mijn vader. Die is toen ook op de Ivensdag geweest. Ik moet dat nog ergens hebben, op smalfilm, want ik heb dat gefilmd. Mijn vader naast Ivens.

RENÉ SCHOLTEN:
Op de dag zelf was ik helemaal ingestort. Ik heb die hele dag in bed gelegen, en pas 's avonds ging ik naar de academie. De receptie heb ik nog meegemaakt. En daarna was de vraag met wie Ivens zou gaan eten. Dat liep toen uit de hand doordat Koolhaas zich naar de voorgrond drong. Dat escaleerde helemaal in de kamer van Koolhaas.

HILLIE MOLENAAR:
Op een gegeven moment toen zat Ivens in de docentenkamer -en daar zat iedereen: Rein Bloem, Rademakers, Lily Rademakers, dat hele oude clubje, met nog een aantal andere mensen ik weet niet wie- Froukje en ik hoorden daarvan. Toen zei ik: o wat leuk, daar gaan we naar toe. Wat enorm provocerend was. Toen heb ik daar aangeklopt en daar zaten ze allemaal rond een grote tafel. We stapten binnen met drie of vier mensen en we zeiden: hallo wat gezellig mogen we er even bij komen zitten. En toen had Koolhaas zoiets van wat doen jullie hier. Toen zei ik: we zijn toch gelijk? Het is misschien aardig dat we er bij zitten. Het is misschien wel interessant. Toen is er een soort gesprek geweest. Die vrouwen zeiden: wat willen jullie toch? Wat doen jullie met onze mannen? Ik heb toen geroepen dat ik het een waardeloze opleiding vond. Dat ze ouderwets waren. En Lily Veenman zei toen ook zoiets van wat doen jullie met onze mannen? En toen zei ik: Lily het zijn ouwe mannen allemaal. Jij bent niet oud, waarom doe je daaraan mee. Dank je wel, zei ze. Maar ik zei: je gedraagt je wel als een ouwe taart. Toen is iedereen vreselijk boos geworden en toen heb ik gezegd, ik ga weg ik vind dit een waardeloze opleiding. En Ivens is met me meegegaan. Die vond het ook hopeloos. Die zat een soort gevangen in die lerarenkamer. Dat was die avond van het feest. Toen heb ik het pand verlaten en Ivens is met mij meegegaan.

 

33. INTERIEUR - ARCHIEFBEELDEN ONTVANGST IVENS (8 mm) (vertraagd)

COMMENTAAR:
Ik ben daar niet bij geweest. Ik weet daar niets van. Verbaasd lees ik nu het 4e nummer van Skrien terug, dat helemaal gewijd was aan de Etats Généraux. Het begrip zei me helemaal niets meer. Geen herinneringen.

 

>LEMMINGEN vanaf scène 34