HET VERDWENEN ARCHIEF
Mijn neefje speelde bibliotheekje in de bedstee waar mijn ouders allemaal boeken opgeslagen hebben. Tegen betaling van Legoblokjes kon je bij hem lenen. Tot mijn verbazing had hij ook drie losse bladen in zijn collectie van een prentenboek waar ik als drie- of vierjarige veel in gekeken had. De plaatjes laten een paradijselijke kinderwereld zien, met steeds -dat is het opvallende- een weids landschap op de achtergrond. Het boek was dus nu inmiddels vervallen tot losse onderdelen.
Verdwenen archief, dacht ik. Moet ik dat ook niet gaan bijhouden? Zoals ons adressenbestand een afdeling in heaven heeft, met de namen van overleden mensen, met hun laatst bekende adres.
Twee andere plaatjes schoten me te binnen. De prent op bruin gemarmerd karton geplakt aan de zijkant van de secretaire. Er stond een man met een lang gewaad op. Eronder de tekst: Zie ik sta aan de deur en ik klop. Ja, dat zag ik ook wel. Maar wat betekende het? En waarom intrigeerde het me zo? Was het omdat het zo onbegrijpelijk was en dus uitnodigde tot allerlei gedachten?
Een ander plaatje was misschien nog wel mooier. Het was groenachtig verkleurd en hing in een bruine lijst achter glas boven het eikenhouten kinderledikantje in het slaapkamertje bij de rolluiken. Het stelde een jongetje voor, en boven hem stond de maan zachtgeel te schijnen. Of was het een ballon die hij vasthield?
Beide plaatjes zijn verdwenen. Ze bevinden zich alleen nog in mijn hoofd. Voorgoed verdwenen archiefstukken.

(daarom heb ik een schilderijtje gemaakt, ter ere van het huwelijk van Han en Anneke, dat geïnspireerd is op het verdwenen archiefstuk)