BALKONSCÈNES
Zondag 15 oktober 2000 vond in Apeldoorn de manifestatie BALKONSCÈNES plaats, een project van Sjaak Langenberg. Vanaf 8 verschillende balkons hielden Hans Aarsman, Kader Abdolah, Vincent Bijlo, Wim Cuyvers, Piet Meeuse, Hans Venhuizen, Bart Vos en ik (Digna Sinke) een redevoering. Het was een bijzondere gebeurtenis, ook omdat een grote groep mensen op deze manier een curieus gezelschap van stadswandelaars werd. Het was een grijze oktoberdag. Aan het einde van de middag begon het zelfs licht te miezeren. Maar er was een aantrekkelijke verscheidenheid in balkons, in sprekers en in wat er gezegd werd.
Mijn bijdrage heb ik nog niet in mijn archief opgeborgen. Ik weet niet goed waar het bijhoort. Hoe noem je zoiets als je eigenlijk deel uitmaakt van een kunstproject, ongeveer zoals verf op een doek? Voorlopig zwerft mijn tekst dus nog even rond, na uitgesproken te zijn vanaf het balkon van het politiebureau aan de Vosselmanstraat te Apeldoorn.
Sjaak Langenberg heeft trouwens inmiddels een eigen website, waarop ook informatie over dit project is terug te vinden. Ga naar: www.sjaaklangenberg.nl
Geachte toeschouwers, beste luisteraars,
U staat beneden. Ik sta boven. Dat zegt niets, dat kan morgen
weer anders zijn.
Uw uitzicht is beperkt. Ik weet dat
omdat ik daar ook gestaan heb. Kijk om u heen. U ziet vooral
bebouwing, en een paar bomen. Alles wat u ziet is bedacht,
ontworpen, uitgevoerd door mensen. Alles wat u ziet is niet ouder
dan hooguit twintig jaar. Behalve dan de mensen in uw buurt.
Sommigen zijn ouder dan 70 jaar.
Mijn uitzicht is ruim. Ik houd daar erg van. Een ruim uitzicht. Wat zie ik? Hebt u een vermoeden wat ik kan zien? Ik stel me voor dat u nu allemaal 15 meter opstijgt, recht omhoog, en hier voor me staat. In de lucht hangt, eigenlijk. En samen kijken we rond naar de geheimzinnige bossen in de verte. Vage weilanden verdwijnend in blauwe oneindigheid. Naar de huizen, de gebouwen. Vol verwachtingen, vol mogelijkheden.
Dit was het eerste deel van mijn
inleiding.
Het tweede deel van mijn inleiding is precies hetzelfde maar dan
in overdrachtelijke zin.
Ik ga mijn denkwereld inzichtelijk maken, zegt de tekst van de folder bij dit project. Heb ik een denkwereld? Wat is een denkwereld? En hoe in godsnaam maak ik die inzichtelijk? Nog los van de vraag of dat interessant is. Wat moet u eigenlijk met mijn denkwereld?
Ik herinner me dat ik me een tijdje
ongerust heb gemaakt toen ik een jaar of twaalf was of ik wel kon
denken. Wat was denken eigenlijk? Het proces waarbij je in je
hoofd formuleert dat je naar de wc gaat in plaats van dat je dat
in woorden uitspreekt, leek me te triviaal om denken
te noemen. In die tijd las ik de Deense filosoof Kierkegaard (ik
begreep daar trouwens vermoedelijk achteraf gezien niets van)
maar daarvan kon ik me voorstellen dat je dat denken noemde. Het
was me zondermeer duidelijk: zo ver was ik niet. Ik kon niet
denken. Misschien alle andere mensen wel, maar ik niet.
Dit was het tweede deel van mijn inleiding. Het doel is
vastgesteld. Ik wil u inzicht geven in mijn uitzicht.
Ik zat alleen in de kamer. Buiten was het donker en doodstil. Ik had mijn hoofd vrij gemaakt voor allerlei gedachten. Op velletjes papier schreef ik trefwoorden op. Woorden en zinnen:
-de geheimzinnigheid van de bossen in de verte
-de geur van kamperfoelie
-heldere nachten
-de spreeuwen in september
-het zachte haar van mijn geliefde
-het wiegelied uit Die Schöne Müllerin
-ruimte
-de Zuidertoren roze van de ondergaande zon
-de Canigou met versgevallen sneeuw
-gierzwaluwen
-fietsen terwijl het koud begint te
worden aan je handen
Ik probeer een andere manier.
Sinds onheuglijke tijden verzamel ik suikerzakjes. Van Apeldoorn heb ik 114 verschillende. Verreweg de meeste zijn geplakte zakjes, met zo'n lipje dat je voorzichtig open kon maken. Dat zijn zakjes uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Op sommige zakjes staan alleen teksten: Reimink's snelbuffet, restaurant boven. Of: Ja, dit is koffie uit Apeldoorn. Of: slijterij Piet Bijlsma vergaderzalen disponibel.
Op andere staan afbeeldingen. Hotel De l'Europe in de Stationsstraat laat een prachtige rustieke villa zien, met een torentje en een grote erker.

Hotel café restaurant Suisse zijn terras. Achter de ramen hangen gordijnen netjes in een ronding gedrapeerd. Bij Atlanta -ook aan het Stationsplein- wapperen vrolijk 7 vlaggen, terwijl de markiezen bij de ramen boven neergelaten zijn. De Veluwsche Autodienst toont zijn bus uit die tijd. Hotel-Café City in de Stationsstraat heeft de skyline van een stad vol wolkenkrabbers afgebeeld, met grote witte wolken op de achtergrond.
Ik was nieuwsgierig naar de huidige stand van zaken.
Van de 114 zijn er nog 5 objecten onder dezelfde naam op het zelfde adres gevestigd. In het centrum is eigenlijk alleen Terminus over, aan de Stationsstraat, het enige oude gebouw tussen fantasieloze nieuwbouw. Soms is de naam veranderd. Café De Tol heet nu Jade City, Chinees Kantonees specialiteiten restaurant. Maar de oude neonletters van De Tol staan er nog.
Hotel café restaurant Drees op de hoek van de Stationsstraat en de Korte Kanaalstraat heet nu Anadolu café. Een ansichtkaart in het gemeentearchief laat zien hoe het vroeger De Ster heette. Burgerlogement stond er op de gevel. Een paard en wagen sjokt rustig door de Stationsstraat. Er lopen wat mensen rond. Ander verkeer is er niet.
Het zal u niet verbazen: bijna
alles is verdwenen. In een desolaat niemandsland ligt half
gesloopt de gele ronding van Atlanta. Suisse, de Grolsche Hoek,
café Stoffels: het is een veldje vol artimisia vulgaris met al
tamelijk hoog opgeschoten boompjes. Het sjieke De l'Europe heeft
plaatsgemaakt voor de nieuwbouw van de Piramide Shoarma
Grillroom. Apeldoorn in de vaart der volkeren.
Inzicht in mijn uitzicht.
Als ik schuin achterom kijk zie ik de grote kerk, en de boomtoppen van het Beekpark dat vroeger een echt park was, met op de hoek de Gemeente Bad- en Zweminrichting, van fris natuurlijk water voorzien door de Sprengen.
Meer naar het oosten zie ik natuurlijk de nieuwe woontorens langs het Apeldoorns Kanaal, en het Potlood. Nog iets verderop ligt wat vroeger café De Tol was, nu dus Jade City, op de splitsing van de Deventerstraat en de Zutphensestraat. Als ik de 52ste breedtegraad verder volg, passeer ik eerst Enschede en Berlijn, en tenslotte kom ik in het zuiden van Kamchatka uit. Maar dat kan ik niet zien liggen.
Als ik schuin achter me kijk, in zuidwestelijke richting zie ik de hoge bossen van de Veluwe. De zendmast van Kootwijk. Maarsbergen moet daar in een rechte lijn achter liggen. En nog verder weg, precies in diezelfde lijn, ligt het eilandje Tiengemeten waar ik een film over maak.
Het station kan ik net niet zien. Maar daarachter, verderop, tussen Beekbergen en Klarenbeek, heeft het laatste Nederlandse oerbos gelegen. Het was meer dan 8000 jaar oud. Het Beekberger Woud. 's Zomers was het vrijwel ondoordringbaar door zijn dichte begroeiing, 's winters stond er water. Het was een woud van elzen en essen, en op de hogere delen groeiden eiken. Alleen als het 's winters hard gevroren had, kon er gekapt worden. Koewachters kwamen er af en toe, en een enkele botanisch geïnteresseerde reiziger die gehoord had hoe oud en bijzonder het bos was. "Dit bosch is een der merkwaardigste bosschen van ons Vaderland en misschien het eenig natuurwoud waar nooit in geplant is", schrijft Van der Aa in 1840.
Om het woud heen woonden arme
boeren en kolenbranders in armzalige hutjes. Het simpelste
meubilair ontbrak, drinkwater was er niet, iedereen was
ondervoed. Het bos werd verkocht om ontgonnen te worden. De
Apeldoornse courant zag dat als een "zeer
welkome vorm van werkgelegenheid". De
NRC schreef: "de verkoop van het woud
is een weldaad voor Beekbergen". De
opzichter beschreef in zijn dagboek precies hoe de sloop en
ontginning zich voltrok. Tien juni 1871 werd de laatste boom van
het woud geveld. De A 50 loopt er nu dwars doorheen. Het is er
best mooi. Weilanden, met langs de slootkanten -de sloten die
toen gegraven zijn voor de afwatering- nog steeds elzen. Maar het
is geen woud meer.
You are born, so you are free, zingt Laurie Anderson. Mijn trefwoorden:
-grote witte wolken
-hardlopen in het park
-mijn ouders, mijn broer, mijn zusters
-boeken lezen
-Monteverdi
-Cabernet Sauvignon
-vanuit de trein naar het landschap kijken
-grond tussen je vingers voelen
-het geluid van lijsters in het vroege voorjaar
-boven op een bergje staan
Nee, nee, nostalgie komt niet voor
bij mijn trefwoorden. Dat is niet wat ik bedoel. Ik zoek naar wat
tegenwoordig leesbaarheid heet. De leesbaarheid van het
landschap, de leesbaarheid van een stad. Ik wil dingen tegenkomen
die verwijzen naar andere tijden, naar andere manieren van
denken. Omdat dat iets in beweging zet in mijn hoofd, omdat dat
mijn verbeelding prikkelt, omdat dat me nieuwsgierig maakt. Op
zoek naar aanvullingen voor mijn gedachtewereld.
Kijk nog even om u heen, zwevend op 15 meter hoogte, voor u weer
met beide benen op de grond komt te staan. Wat is er mooier dan
blauwe vertes vol onvoorspelbaar avontuur? Dan een ordening waar
genoeg ongeordendheid bestaat? Dan het terras van Atlanta op een
zomerse dag? Dan een stationsgebouw uit 1876? Dan de gedachte aan
het laatste woud?
Het is onze verbeelding, onze
denkwereld die dat zo mooi maakt, maar er is een voorwaarde: er
moet genoeg uitzicht zijn.
Dank u.